Weet je niet of een voltooid deelwoord een d of een t heeft, maak er dan een bijvoeglijk naamwoord van, dan hoor je het.

Uitleg

Werkt het beste met een voorbeeld:

  • De kamer is versierd: de versierde kamer, dus een d.
  • Het kasteel wordt versterkt: het versterkte kasteel, dus een t.

Nog een voorbeeld: het huis is geverfd — "het geverfde huis", dus een d. De auto is gestart — "de gestarte auto", dus een t.