Uitleg
Staat "jij" ná het werkwoord (zoals in een vraagzin: "vind jij...?", "word jij...?"), dan komt er geen extra t achter de persoonsvorm — ook al zou je die t normaal (bij "jij" vóór het werkwoord) wel schrijven. Vergelijk: "jij vindt" (jij vóór het werkwoord, wel een t) tegenover "vind jij?" (jij ná het werkwoord, geen t).