Kiek kiek kiek, kacheltje op de diek

Uitleg

Als je in dialect een "ie" voor een "ij" kunt zeggen, dan is het een lange ij. ("Kacheltje" is Zeeuws voor een paard of veulentje: "kiek" in plaats van "kijk".)

Deze truc gaat vooral op voor Zeeuws en Limburgs dialect — spreek je zelf geen van beide, dan werkt hij helaas niet.

Alternatieven

  • Spreek het woord uit in het Limburgs dialect: bijvoorbeeld "schrijven" wordt "sjrieve", "kijken" wordt "kieke".
  • Niet-Limburgers en niet-Zeeuwen kunnen dit rijmpje proberen: de verleden tijd is sterk met een "e"-klank (zoals "greep" bij "grijpen"), dan is het een werkwoord met "ij"; is de verleden tijd zwak met "e" (zoals "reisde" bij "reizen"), dan is het een werkwoord met "ei". Let op: dit gaat niet op voor werkwoorden met een betekenisvol voorvoegsel, zoals "verrijken" (niet "verreken") of "verblijden" (niet "verbleden").