OPA HeNK

Uitleg

Bij het electrolitisch scheiden van water onstaan de volgende elementen bij de volgende elektroden:
Zuurstof (0) bij positieve elektrode (P) en heet een Anode (A)
Waterstof (H) bij negatieve elektrode (N) en heet Kathode (K)

OILRIG, Oxidation Is Loss Reduction Is Gain.

Uitleg

Als een stof geoxideert wordt, gaan er electronen weg. Bij reductie krijgt de stof er juist electronen bij.

KNaAg

Uitleg

Kalium, Natrium en Zilver hebben als ionen de lading 1+

CNR CPO EPR ENO

Uitleg

in een Cel reageert aan de Negatieve elektrode een Reductor.
in een Cel reageert aan de Positieve elektrode een Oxidator.
Bij een Elektrolyse is het net andersom. Dus bij de Pos. elektrode een Reductor en bij de Neg. elektrode een Oxidator.

Koning NaBaCa MaG op AL ZijN FEesjes SNoepjes ProBeren. de CUssens Hoog Boven in de postAUto legge

Uitleg

K=Kalium, Na=natrium, Ba=barium, Ca=calcium, Mg=magnesium, Al=aluminium, Zn=zink, Fe=ijzer, Sn=tin, Pb=lood. Dit zijn alle metalen en die anderen niet

Zuur bij water en je slaat nooit een flater. Water bij zuur betaal je duur.

Uitleg

Bij het maken van oplossingen altijd zuur bij water doen en nooit water bij zuur.

Karel CaNa Mag op Al Zn Feestjes Nimmer Snoep Pbroberen, Custervla Hg Ag Pot Augurken

Uitleg

verdriningsreeks van de metalen

keizer carel napoleon mag altijd zijn fiets snachts proberen, cukeltje hijgt agter piet’s auto

Uitleg

de metalen:
kalium, calcium, natrium, magnesium, aluminium, zink, ijzer, tin, lood, koper, kwik, zilver, platina en goud
gerangschikt van zeer onedel naar edel

He Lieve Beste Bolle Cornelis Noem Onze Fee Neeltje.

Alternatieven
  • Naatje Mag Al Sinds Pasen Stelende Clienten Arresteren
Uitleg

Dit zijn de elementen 2 tot en met 18 van het periodiek systeem.

He=Helium Li=Lithium Be=Berilium B=Boor C=koolstof N=Stikstof O=zuurstof F=fluor Ne= Neon Na=Natrium Mg=Magnesium Al=Aluminium Si=Silicium P=Fosfor(Phosfor) S=Zwavel(Sulver) Cl=Chloor Ar=Argon

Bij hitte zetten stoffen uit

Uitleg

Dit kun je onthouden door te denken aan de lengte van de dagen: In de warme zomer zijn de dagen lang (ze zetten uit), in de koude winter zijn ze kort.